Voor veel ouders is het een pijnlijk gezicht: je kind dat alleen speelt op het schoolplein, weinig wordt uitgenodigd voor kinderfeestjes of vertelt dat het geen echte vriendjes heeft. Vriendschappen lijken voor sommige kinderen vanzelf te ontstaan, terwijl het voor anderen een stuk lastiger is. Wat kun je doen als jouw kind moeite heeft met het maken van vriendjes op school?

Niet elk kind maakt even makkelijk contact

Allereerst is het belangrijk om te beseffen dat elk kind anders is. Waar het ene kind spontaan op anderen afstapt, is het andere kind wat afwachtender of verlegen. Dat betekent niet meteen dat er iets mis is. Sommige kinderen hebben simpelweg meer tijd nodig om zich veilig genoeg te voelen om contact te maken. Toch kan het lastig zijn om als ouder toe te kijken. Zeker als je merkt dat je kind er zelf verdrietig van wordt of zich buitengesloten voelt.

Kijk goed naar je kind

Probeer te achterhalen waar het precies misgaat. Vindt je kind het spannend om op anderen af te stappen? Begrijpt het sociale signalen misschien minder goed? Of sluit het gedrag van je kind niet helemaal aan bij de groep? Door hier goed naar te kijken, kun je gerichter helpen. Ga in gesprek met je kind, maar houd het luchtig. Vraag bijvoorbeeld: “Met wie speel je graag?” of “Wat vind je leuk om te doen op het schoolplein?” Vermijd vragen die druk leggen, zoals: “Waarom heb je geen vriendjes?”

Oefen sociale vaardigheden spelenderwijs

Sommige kinderen hebben baat bij het oefenen van sociale situaties. Dit kun je thuis op een speelse manier doen. Denk aan rollenspellen waarin je samen oefent hoe je iemand vraagt om mee te spelen, hoe je reageert als iemand ‘nee’ zegt of hoe je een gesprek begint. Je kunt ook voorbeeldzinnen meegeven, zoals: “Mag ik meedoen?” of “Zullen we samen spelen?” Voor veel kinderen verlaagt dat de drempel.

Werk aan zelfvertrouwen

Zelfvertrouwen speelt een grote rol bij het maken van vriendjes. Kinderen die zich zeker voelen, stappen makkelijker op anderen af. Geef je kind daarom regelmatig complimenten, niet alleen op prestaties, maar juist ook op wie het is. Laat je kind ervaren waar het goed in is. Dat kan op school zijn, maar ook daarbuiten: sport, muziek, knutselen of iets technisch. Succeservaringen helpen enorm bij het opbouwen van zelfvertrouwen.

Creëer speelmomenten buiten school

Soms helpt het om vriendschappen buiten het drukke schoolplein om te laten ontstaan. Nodig eens een klasgenootje uit om te komen spelen. Kies bij voorkeur een kind waarvan je denkt dat het goed klikt, bijvoorbeeld iemand die dezelfde interesses heeft. Houd het speelmoment kort en overzichtelijk. Voor sommige kinderen is een middag al lang genoeg. Zo voorkom je dat het te spannend of vermoeiend wordt.

Overleg met de leerkracht

De leerkracht ziet je kind in een andere context en kan vaak waardevolle inzichten geven. Misschien ziet hij of zij dat je kind wél contact maakt, maar dat het jou niet opvalt. Of juist dat er bepaalde dynamieken in de klas spelen. Samen kun je kijken hoe je je kind het beste kunt ondersteunen. Soms kan een leerkracht bijvoorbeeld helpen door kinderen aan elkaar te koppelen tijdens opdrachten of spelmomenten.

Let op signalen van pesten of buitensluiting

Heeft je kind echt moeite om aansluiting te vinden, of is er sprake van buitensluiting of pesten? Dat verschil is belangrijk. Als je vermoedt dat je kind wordt buitengesloten, trek dan aan de bel bij school. Blijf hierover ook met je kind in gesprek. Laat merken dat je het serieus neemt en dat het er niet alleen voor staat.

Accepteer dat niet elk kind veel vrienden heeft

Het idee dat een kind een grote vriendengroep moet hebben, klopt niet altijd. Sommige kinderen hebben genoeg aan één goede vriend of vriendin. En dat is helemaal oké. Kijk daarom niet alleen naar het aantal vriendjes, maar vooral naar de kwaliteit van het contact. Voelt je kind zich gezien? Heeft het plezier? Dat zijn uiteindelijk de belangrijkste vragen.

Geduld is key

Het maken van vriendschappen is een proces dat tijd kost. Zeker bij kinderen die wat gevoeliger of terughoudender zijn. Probeer geduldig te blijven en je kind stap voor stap te begeleiden. Blijf positief en geef vertrouwen. Laat merken dat je in je kind gelooft en dat het oké is om te oefenen en soms fouten te maken.

Afbeelding: Freepik