Zodra Irene de speeltuin inloopt, scant ze automatisch de bankjes. “Niet om te kijken waar mijn kinderen het veiligst kunnen spelen, maar om te zien waar ik even kan zitten,” zegt ze eerlijk. “Ik heb gewoon geen zin om mee te spelen.” Terwijl andere moeders fanatiek achter een voetbal aanrennen of giechelend van de glijbaan gaan, ploft Irene het liefst neer met haar telefoon in de hand. “En ja, soms voel ik me daar best schuldig over.”

Fulltime moeder van drie

Irene is fulltime moeder van drie kinderen. De oudste zit op de basisschool, de jongste twee zijn nog thuis. “Mijn dagen beginnen om zes uur en eindigen zelden voor negen uur ’s avonds. Ik ben continu bezig: ontbijt maken, luiers verschonen, ruzies sussen, was draaien, koken, troosten. Er is altijd wel iemand die iets van me nodig heeft.” Juist daarom zijn die momenten in de speeltuin heilig voor haar. “Als zij lekker in hun spel zitten, kan ik even ademhalen. Even niet ‘mama, kijk dan!’ of ‘mama, help eens!’ Maar gewoon vijf minuten stilte. Dat voelt als luxe.”

Andere moeders lijken energieker

Wat het ingewikkeld maakt, is het contrast met andere moeders. “Ik zie ze echt hoor: moeders die fanatiek meedoen met tikkertje, die voetballen alsof ze in het Nederlands elftal spelen, die lachend met hun kind van de kabelbaan gaan. Soms denk ik: moet ik dat ook doen? Ben ik een saaie moeder?” Irene merkt dat ze zichzelf automatisch vergelijkt. “Dan zit ik daar op een bankje mijn socials te checken en voel ik me bijna betrapt. Alsof iemand denkt: kijk haar nou eens, geen aandacht voor haar kinderen. Terwijl ik ze echt wel in de gaten houd. Ik ben alleen niet degene die over het klimrek klautert.”

Altijd ‘aan’ staan

Volgens Irene onderschatten mensen hoeveel energie het kost om fulltime moeder te zijn. “Er wordt vaak gedaan alsof je de hele dag een beetje thuis zit. Maar ik sta continu ‘aan’. Er is geen pauze, geen koffiemoment met collega’s, geen rustige lunch. Zelfs naar de wc gaan is soms een uitdaging.” In de speeltuin ziet ze die bankmomenten als haar mini-pauze. “Even scrollen, even iets lezen, even met niemand praten. Dat is mijn manier om op te laden. Als ik ook daar nog moet rennen en ravotten, dan ben ik aan het einde van de dag compleet uitgeput.”

Spelen is niet haar ding

Irene geeft ook toe dat spelen haar simpelweg niet ligt. “Ik ben geen speelmoeder. Ik houd van voorlezen, knutselen aan tafel, samen koekjes bakken. Maar eindeloos doen alsof ik een draak ben of twintig keer achter elkaar van de glijbaan? Daar word ik niet blij van.” Ze heeft het geprobeerd. “Toen mijn oudste drie was, voelde ik nog meer druk om mee te doen. Dus rende ik mee, deed enthousiast, maar van binnen telde ik de minuten. Dat is toch ook niet eerlijk? Kinderen voelen feilloos aan als je iets tegen je zin doet.”

Schuldgevoel

Toch blijft het schuldgevoel knagen. “Soms kijk ik naar mijn kinderen en denk ik: ze verdienen toch een moeder die meedoet? Die herinneringen maakt in de speeltuin?” Vooral als ze andere moeders hoort lachen en ziet hoe hun kinderen stralen, slaat de twijfel toe. Maar dan ziet ze haar eigen kinderen. “Ze spelen samen, maken vriendjes, bedenken hun eigen spel. Ze lijken helemaal niet te missen dat ik niet meedoe. Sterker nog, soms zeggen ze: ‘Mama, blijf maar zitten hoor.’”

Zelfstandig leren spelen

Irene merkt dat haar kinderen juist heel zelfstandig zijn. “Ze kunnen zichzelf goed vermaken. Ze klimmen, verzinnen verhalen, maken ruzie en lossen het weer op. Ik denk soms dat dat ook komt omdat ik ze die ruimte geef.” Ze grijpt natuurlijk in als het nodig is. “Als er gevaar is of als een ruzie uit de hand loopt, sta ik er meteen. Maar ik hoef niet overal middenin te zitten. Ze mogen ook zelf ontdekken.”

Gesprek met een vriendin

Onlangs sprak Irene erover met een vriendin. “Ik zei: ‘Ik voel me soms zo’n luie moeder.’ En zij moest lachen. Ze zei: ‘Maar jij bent de hele week met ze thuis, logisch dat je in de speeltuin even zit.’ Dat gaf me wel rust.” Ze realiseerde zich dat ze zichzelf langs een onrealistische meetlat legde. “Alsof goed moederschap betekent dat je altijd actief meedoet. Maar dat is toch onzin? Er zijn zoveel manieren om betrokken te zijn.”

Andere kwaliteiten

Irene weet dat ze op andere momenten juist heel aanwezig is. “Ik luister naar hun verhalen, ik weet wie hun vriendjes zijn, ik troost ze als ze vallen, ik lees elke avond voor. Dat ik niet meedoe met voetballen, maakt me geen slechte moeder.” Ze probeert milder voor zichzelf te zijn. “Die tien minuten op een bankje maken mij een leukere moeder voor de rest van de dag. Als ik mijn batterij niet oplaad, ben ik sneller kortaf. En daar heeft niemand iets aan.”

Een nieuwe blik

Langzaam verandert haar perspectief. “Ik hoef niet te zijn zoals die andere moeders. Misschien genieten zij oprecht van dat geravot. Dat is toch prima? Maar ik mag ook genieten van even zitten.” Soms doet ze alsnog mee. “Als ze me echt vragen om één keer mee te voetballen, doe ik dat. Of ik geef ze een extra zet op de schommel. Maar ik voel niet meer de druk om constant actief te zijn. Ik heb geen zin om met mijn kinderen mee te spelen,” zegt Irene eerlijk. “En dat is oké.” Ze glimlacht. “Mijn kinderen hebben geen moeder nodig die overal bovenop zit. Ze hebben een moeder nodig die liefdevol is, die er is als het nodig is en die zichzelf niet voorbijloopt.”

Afbeelding: Freepik